dading
Na maanden
De man bij me vroeg of ik haar gezien had
Ik keek naar hem en vroeg om bier
Met ogen zoals gewoonlijk ijsglad
Knikte hij, het scheelde hem geen zier
M’n beste glimlachte vaag naar haar
Ik zag de lucht nog nooit zo blauw
Mijn ogen ontweken het gevaar
Van talloze dingen heb ik nog berouw
Iedereen stond me aan te gapen
Ik maande mijn blik tevergeefs tot bedaren
Verlangen naar verleden in een samenspel verloren
Van dwaling is geen sprake, slechts een tijdelijk bekoren
Ik wilde proberen te vergeten
Ik had er voldoende gelegenheid toe
Maar dan komt zij me welkom heten
Plotseling voel ik me oneindig moe
Na maanden kijk ik haar weer aan
Mijn ziel werd door haar hart geknecht
Lang zie ik haar daar nog staan
Eens was zij zo aan mij gehecht
Niemand leek bewust van het ogenblik van jaren
Ik maande mijn blik tevergeefs tot bedaren
Verlangen naar verleden in een samenspel verloren
Van dwaling is geen sprake, slechts een tijdelijk bekoren