Dading
Jij: Zit je ronde erop?
Ik: Geen sarcasme, want ik ben je voor geweest
Jij: Hoort dat bij het nieuwe geluid? Kijk maar uit.
Ik: Heb je het boek Jesaja gelezen? Want zij zijn de kinderen van zondaars.
Jij: Geen huis?
Ik: Mogelijkheden genoeg, de vraag is of ik er kan blijven.
Jij: Heb je een vaste baan?
Ik: Te vast.
Jij: Waar is deze post-moderne paskamer voor bedoeld?
Ik: Nergens voor. Hij is leeg.
Jij: Wat bewaak je dan?
Ik: De ruimte.
Jij: Stel dat iemand de ruimte steelt. Dan merk jij het niet.
Ik: Ze mogen jou niet zien. Mij moeten ze zien.
Jij: Is je loon net zo werkelijk als het loon der zonden?
Ik: Sorry, ik heb nare ervaringen met muren.
Jij: Pas op ik heb een zwak vergeten been.
Ik: De lucht viel op me. Een wolk raakte mijn wang.

